Praktische Filosofie

Het filosofisch gesprek

Tijdens een filosofisch gesprek buigen bezoeker en filosofisch practicus zich over een oprechte en actuele kwestie uit het leven van de bezoeker. Niet het oplossen of het begrepen worden, maar het wijzer worden staat hierin centraal. Het kan gaan over wat men wil in het leven, hoe keuzes te maken, wat goed is om te doen, wat men als last beleeft, wie men liefheeft. Het kan zich uitstrekken over verschillende terreinen zoals werk, liefde, zin, gezondheid, maatschappij. De instapvraag van de bezoeker wordt uitgediept. Hierbij is de route niet van tevoren uitgestippeld - ook de filosofisch practicus weet het antwoord niet -  maar de twijfel kan worden onderzocht. Er is plaats voor aandacht, openheid, verwondering, confrontatie, lachen, huilen, stilte. Voelend nadenken over wat er toe doet en het denken aanscherpen.

 

Elk filosofisch gesprek zal leiden tot een nieuw geformuleerde vraag betreffende de kwestie. Deze is je metgezel, het gloeiende steentje dat je telkens weer tegenkomt in je jaszak, wat kan veranderen en verkleuren door het leven dat je tussentijds leidt, maar wat je beslist meeneemt als insteek naar de volgende afspraak, die zal eindigen met een nieuwe vraag. 

 

Filosofische gesprekken zijn zinnig als je je manier van in het leven staan beter wil begrijpen, als je  meer ruimte of meer diepgang wenst, als je voor belangrijke beslissingen staat, of als je met existentiële levensvragen rondloopt. Met veel open aandacht kijken naar gebeurtenissen en wezenlijke verlangens, maken dat een vastzittende kwestie weer kan stromen. Een filosofisch practicus reikt geen oplossingen of filosofische citaten aan, doet niet aan therapie, plaatst de bezoeker niet in een vakje. Hij is er op gericht dat de bezoeker inzicht krijgt, tot zijn essentie komt en dus op de duur wijzer wordt.